lockdown in frankrijk 4

Net toen ik me begon af te vragen: is dit het nieuwe normaal? en hoe gaan we dat dan in vredesnaam doen? las ik de eerste berichten over enige versoepeling van de lockdownregels in Frankrijk. Geen officiële aankondigingen of trotse claims dat er ook maar íets onder controle is, maar toch: enige versoepeling. Ik denk dat het niet anders kan. Lang leve de anderhalve-meter-economie.

Gisteren in Molay-Littry: een lange rij mensen voor de deur van de supermarkt. En iedereen stond in alle rust – en in de zon – zijn beurt afwachtten om naar binnen te gaan. Op één opgewonden oud dametje na die het allemaal belachelijk vond en behoorlijk luidruchtig uiting gaf aan haar ongenoegen. Nou ja. Aan druktemakers ontkom je niet, zélfs niet bij ons in Normandië.

gezellig naar de markt

Eerder deze week besloot het Franse ministerie van landbouw dat weekmarkten met bijzondere dispensatie toch open kunnen. Het zou moeten gaan om niet meer dan een kwart van alle Franse markten en alléén op voorspraak van de burgemeester en ná toestemming van de prefectuur van het desbetreffende departement. (Jazeker, la République blijft trouw aan haar bureaucratie, ook in tijden van crisis.) Of het echt een nieuw besluit is of voortschrijdend inzicht over wat wel en niet haalbaar is tijdens een lockdown, weet ik niet. Maar voor kleine producenten op het platteland is het een lichtpuntje onder verder nogal grimmige omstandigheden.

Niet dat er op de markt ineens geen regels meer gelden, trouwens. Er mogen alleen levensmiddelen verkocht worden, en dan nog is het aantal kramen beperkt; er mogen – inclusief de marktkooplui zelf – niet meer dan honderd mensen tegelijk aanwezig zijn; klanten en verkopers moeten natuurlijk anderhalve meter afstand houden. En ik weet vrijwel zeker dat overal gendarmes paraat staan om in te grijpen. Gezellig naar de markt? Daarvan is voorlopig geen sprake. Ook niet in ‘ons’ dorp Molay-Littry, waar de markt die bijzondere dispensatie heeft en het gisteren marktdag was, maar waar gek genoeg geen kraam te bekennen was. (Ik denk dat markthandelaren moeite hebben de dagelijks veranderende realiteit bij te benen. Volgende week nog eens proberen.)

bedrijvigheid

Maar toch: er beweegt dus nog iets, een economie laat zich blijkbaar niet zomaar tot stilstand dwingen. De Franse bouwmarkten blijven – soort van – open, boerderijwinkels hebben maatregelen genomen om hun producten toch te kunnen verkopen, één departement verderop openen tuincentra voorzichtig de poorten en onze Pierre komt hier volgende week zijn laatste loodgiet- en elektraklussen afmaken.

Berichten over bedrijvigheid – hoe bescheiden ook – doen mij goed, want het is juist de dreiging van totale stilstand die mij ’s nachts soms wakker houdt. En als ik in zo’n nacht dan eindelijk in slaap val, heb ik nachtmerries over een wereld die eruitziet zoals in The Road van Cormac McCarthy: kaal, leeg, apocalyptisch. (Normaal gesproken zou ik dat boek – dat nog eens prachtig verfilmd is ook – van harte aanbevelen, maar nú even niet.) Stilstand, vooral wereldwijde stilstand, vind ik beangstigend. Dat stelt geen klap voor in vergelijking met de doodsangst van mensen die op de IC naar adem liggen te happen, natuurlijk. Maar de vrees is er en ik ben in goed gezelschap.

de anderhalve-meter-economie

Dus die ‘anderhalve-meter-economie’, daar zie ik wel wat in. Rekening houden met de omstandigheden en toch zorgen dat er bedrijvigheid kan zijn: dat biedt perspectieven. Het is nog een aardige uitdaging om daar een vorm voor te vinden, vooral als je kapper of tandarts bent, maar we bedenken wel wat. We konden ons tenslotte ook niet voorstellen dat het zou werken in de supermarkt en kijk eens hoe gedisciplineerd het daar nu aan toe gaat. Hier in mijn brave uithoek op het Franse platteland in ieder geval. Ik kan – gelukkig, geloof ik – niet voor de grote steden spreken.

Supermarkten, bakkers, bouwmarkten, artsen, apotheken, overheidsdiensten hebben laten zien dat het kan, leven op anderhalve meter afstand van de ander. In Nederland schijnt al druk brancheoverleg te zijn over hoe je zoiets moet organiseren in theaters en horeca. En wij hebben voor Le Vert Buisson inmiddels een lijstje oplossingen bedacht voor problemen die een maand geleden nog geen enkele rol speelden. Normandië en ons huis lenen zich alvast uitstekend voor de anderhalve-meter-economie. Dat zit dan weer mee, als reizen straks weer een optie is.

Want we snappen nu allemaal wel dat de dingen in ieder geval voorlopig en waarschijnlijk langere tijd heel anders gaan dan we gewend waren. Ja toch?